Argentinië heeft voorlopig geen antidumpingrechten op HFK-koelmiddelen in China aangekondigd

- Sep 10, 2019-


Het Argentijnse ministerie van Productie en Arbeid heeft op 5 augustus 2019 Resolutie 2019/96 uitgegeven en heeft besloten door te gaan met antidumpingonderzoeken naar HFK-samengestelde koelmiddelen uit China zonder tijdelijke antidumpingrechten. De HS. Code van de HFC-koelmiddelen is: 3824.78.10 en 3242.479.00.

De voorlopige uitspraak is als volgt:


MINISTERIE VAN PRODUCTIE EN WERK

SECRETARIAAT VAN BUITENLANDSE HANDEL

Resolutie 96/2019

RESOL-2019-96-APN-SCE # MPYT

Stad van Buenos Aires, 08/02/2019

GEZIEN Bestand Nr. EX-2018-61016579- -APN-DGD # MPYT, en

AANGEZIEN:

Dat de onderneming FRÍO INDUSTRIAS ARGENTINAS SA via het in het dossier aangehaalde dossier heeft verzocht om de opening van een onderzoek naar vermeende dumping bij uitvoer naar de ARGENTIJNSE REPUBLIEK mengsels die tetrafluorethaan en pentafluorethaan bevatten en mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan bevatten, van oorsprong uit de CHINESE POPULAR REPUBLIEK, goederen ingedeeld in de tariefposities van de Gemeenschappelijke Nomenclatuur MERCOSUR (NCM) 3824.78.10 en 3824.78.90.

Dat door middel van resolutie nr. 7 van 21 februari 2019 van het SECRETARIAAT VAN BUITENLANDSE HANDEL van het MINISTERIE VAN PRODUCTIE EN ARBEID, het onderzoek werd ingesteld voor vermeende dumping van het product van oorsprong uit de VOLKSREPUBLIEK CHINA.

Dat het ministerie van Buitenlandse Handel van het bovengenoemde ministerie op 20 mei 2019 het overeenkomstige rapport over de voorlopige vaststelling van de dumpingmarge heeft opgesteld, IF-2019-47534939-APN-SCE # MPYT, waarin staat dat er elementen zijn die voorlopige vaststelling van het bestaan van een dumpingmarge bij de uitvoer naar de ARGENTIJNSE REPUBLIEK van mengsels die tetrafluorethaan en pentafluorethaan bevatten en mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan bevatten, van oorsprong uit de VOLKSREPUBLIEK CHINA.

Dat uit het in de voorgaande onmiddellijke overweging genoemde rapport volgt dat de voor dit stadium van het onderzoek vastgestelde dumpingmarge DERTIG-DRIE EIGH ZERO ACHT PERCENT (33,08%) is voor uitvoer naar de ARGENTIJNSE REPUBLIEK van het betrokken product van oorsprong in de REPUBLIEK CHINA.

Dat het genoemde secretariaat in het kader van artikel 21 van decreet nr. 1.393 van 2 september 2008 een kopie van het bovengenoemde rapport heeft gestuurd naar het NATIONALE COMITÉ VOOR BUITENLANDSE HANDEL, een gedecentraliseerd orgaan binnen het toepassingsgebied van genoemd secretariaat.

Dat aan de andere kant het bovengenoemde NATIONALE COMITÉ VOOR BUITENLANDSE HANDEL werd uitgegeven met betrekking tot schade en oorzakelijk verband via Wet nr. 2175 van de Raad van Bestuur van 5 juli 2019, IF-2019-60803439-APN-CNCE # MPYT, voorlopige vaststelling dat de '' mengsels die tetrafluorethaan en pentafluorethaan bevatten 'van oorsprong uit de Volksrepubliek China een soortgelijk product vinden in de' chloordifluormethaan (R22) 'van nationale productie' en dat de '' mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan bevatten 'afkomstig zijn van de People's Republiek China vindt een soortgelijk product in de 'mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan (R410) bevatten' van de nationale productie ”.

Dat de bovengenoemde nationale commissie eveneens heeft geconcludeerd dat zij met de informatie die in dit stadium van het onderzoek beschikbaar is, niet over de nodige elementen beschikt om positief te worden uitgegeven in het kader van haar respectieve bevoegdheden, noch om de afsluiting van het onderzoek te bepalen, waarbij zij aanbeveelt die het onderzoek voortzetten tot de laatste fase, zoals vastgesteld in artikel 23 van decreet nr. 1393/08

Dat de genoemde instantie via de Note van 5 juli 2019, die als NO-2019-60805512-APN-CNCE # MPYT in het referentiebestand kijkt, een synthese heeft gestuurd van de overwegingen met betrekking tot de bepalingen in de bovengenoemde notulen.

Dat de bovengenoemde nationale commissie in dit verband aangaf dat de invoer van vervangende mengsels van oorsprong uit de CHINESE POPULAIRE REPUBLIEK, hoewel deze zowel in absolute termen als ten opzichte van het zichtbare verbruik en de nationale productie in 2017 toenam, in het jaar 2018 daalde en zelfs tussen het einde van de hele jaren, zowel qua volume als qua deelname aan de markt.

Dat in dit verband de volume-indicatoren van de nationale productie over het algemeen hetzelfde gedrag vertoonden, hetgeen een verlies van marktaandeel gedurende de gehele periode vertoonde.

Dat alles gebeurde in een context van klaarblijkelijk verbruik, ook oscillerend waarin het marktaandeel verloren door zowel de onderzochte invoer als de nationale productie werd verkregen door de rest van de invoer, waarbinnen die van de VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA DRIE verdienden ( 3) procentpunten en die van R22 (van alle oorsprong), ZEVEN (7) procentpunten.

Dat heeft ook de bovengenoemde nationale commissie opgemerkt dat de prijs van het ingevoerde product zowel onder als boven het nationale product lag, afhankelijk van de beschouwde prijsvergelijking.

Dat, bovendien, het NATIONALE COMITÉ VOOR BUITENLANDSE HANDEL meldde, met betrekking tot koelgas R410, dat de invoer per volume ook een oscillerend gedrag vertoonde, hoewel deze in 2018 en tussen het einde van de gehele geanalyseerde jaren toenam.

Dat, in termen van nationale productie, de verhouding is gestegen in 2017 maar is gedaald in 2018, op niveaus onder die van 2016, hoewel deze altijd zeer significante percentages vertoont.

Dat daarentegen, wat het zichtbare verbruik betreft, zich na een lichte daling in 2017 aan het einde van de periode herstelde, zijn aanvankelijke deelname van NEGENTIG EN VIER PERCENT (94%).

Dat, de indicatoren van de nationale industrie toonden oscillerend gedrag en in verschillende omgekeerde gevallen, met stijgingen en stijgingen afhankelijk van de geanalyseerde variabele

Dat in dit kader de participatie in de markt van de onderneming FRIO INDUSTRIAS ARGENTINAS SA in 2017 is toegenomen om zijn maximale participatie van DRIE PERCENT (3%) te bereiken en in 2018 is afgenomen, hoewel niet mag worden vergeten dat een dergelijke participatie altijd heel onbeduidend.

Dat aan de andere kant de bovengenoemde nationale commissie aangaf dat prijsvergelijkingen resulteerden in dalende onderwaarderingen, ondanks dat dit ook werd waargenomen in een van de alternatieven die aan het einde van de periode werden overgewaardeerd.

Dat de bovengenoemde nationale commissie heeft aangegeven dat, onverminderd het gedrag van de hierboven beschreven variabelen, er relevante factoren zijn bij het beoordelen van het bestaan van schade aan de binnenlandse industrie, zowel van R22 als van de mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan (R410) bevatten, vereisen dieper onderzoek.

Dat gezegd hebbende technische orgaan bleef erop wijzen dat, hoewel in dit geval meer informatie is opgenomen over de impact van het Protocol van Montreal en de overeenkomstige wetgeving op de markt, de Raad van Bestuur van mening was dat het nog steeds nodig is om meer informatie over de evolutie van de variabelen in het kader van deze beperkingen.

Daarom zou voor deze analyse informatie uit een langere periode moeten worden opgenomen, bij wijze van referentie, die het mogelijk maakt het gedrag van de markt, van invoer en van nationale productie op een meer voltooide manier te interpreteren.

Dat ook de NATIONALE COMMISSIE BUITENLANDSE HANDEL heeft aangegeven dat uit de beschikbare nieuwe informatie naar voren is gekomen dat het noodzakelijk is om te verdiepen met betrekking tot bepaalde mengsels en hun relatie met R22, met name met betrekking tot de mogelijkheid van vervanging door alle mengsels geanalyseerd, vooral rekening houdend met wat was blootgesteld met betrekking tot R404.

Dat het bovengenoemde agentschap daarentegen met betrekking tot R410 aangaf dat het feit dat indiener gedurende de gehele onderzochte periode invoer heeft gedaan, niet minder belangrijk is, dus is het ook noodzakelijk dit aspect te verdiepen, vooral gezien de argumenten die de onderneming heeft aangevoerd om haar aanbod van Chinese producten te verklaren, een omstandigheid die, indien ze in de loop van de tijd wordt uitgebreid, zou verhinderen dat de binnenlandse industrie haar positie op de markt zou consolideren.

 

In dit verband moet rekening worden gehouden met zijn zeer lage deelname aan het zichtbare verbruik vanwege zijn lage productie- en verkoopniveaus.

Dat ook de bovengenoemde Nationale Commissie heeft aangegeven dat, zoals hierboven vermeld, het ook nodig is om in een later geval te informeren naar de gegevens met betrekking tot de productiekosten van de R410 van de firma FRIO INDUSTRIAS ARGENTINAS SA, omdat de evolutie van bepaalde componenten zou in principe atypisch zijn, gezien de mogelijkheden die worden geboden door de verificatie-instantie "in situ" om zowel de verstrekte gegevens te verifiëren als de gebruikte methodologie om de juistheid van de verstrekte informatie vast te stellen.

Dat ten slotte het bovengenoemde bureau erop wees dat het voor meer informatie over de prijsvergelijkingen van R410 noodzakelijk is om meer details te verkrijgen over de verschillen die het type verpakking genereert in de conformatie van kosten en prijzen van het nationale product .

Dat de NATIONALE COMMISSIE BUITENLANDSE HANDEL in dit verband heeft aangegeven dat het ook belangrijk is op te merken dat in de volgende fase informatie zal worden opgenomen van bedrijven die in dit geval niet in aanmerking zijn genomen omdat zij niet voldeden aan de noodzakelijke vereisten binnen de daartoe vastgestelde periode.

Dat zowel deze informatie als de nieuwe gegevens die kunnen worden gegenereerd op basis van de grotere vereiste verdieping, een belangrijke kritische massa kunnen opleveren om het bestaan van schade aan de binnenlandse industrie te beoordelen.

Dat de bovengenoemde instantie in dat verband heeft aangegeven dat niet mag worden vergeten dat de conclusies die zijn getrokken met betrekking tot de hierboven beschreven kwesties gevolgen zullen hebben voor de uit te voeren analyse van het effect van de invoer met dumping op de bedrijfstak van R22 en R410.

Dat heeft het NATIONALE COMITÉ VOOR BUITENLANDSE HANDEL aangegeven dat het in dit geval van het onderzoek niet voldoende elementen heeft om positief te worden verklaard over het bestaan van schade aan de nationale productietak van R22 en de tak van de nationale productie. van mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan (R410) bevatten, en om de afsluiting van het onderzoek te bepalen, wat in de volgende fase de verdieping van de bovengenoemde aspecten tot gevolg heeft.

Dat de bovengenoemde nationale commissie om de hierboven uiteengezette redenen concludeert dat het vanuit het oogpunt van haar bevoegdheid noodzakelijk is het onderzoek voort te zetten tot de eindfase ervan, zoals vastgesteld in artikel 23 van decreet nr. 1393 / 08.

Dat heeft bovengenoemde instantie opgemerkt dat het op grond van de voorgaande conclusie niet passend is om een oorzakelijk verband te leggen.

Dat ten slotte de bovengenoemde nationale commissie heeft aangegeven dat zij, overeenkomstig de bepalingen van artikel 1 van resolutie nr. 381 van 30 mei 2019 van het MINISTERIE VAN PRODUCTIE EN ARBEID, op basis van de uitgevoerde analyse aanbeveelt het onderzoek voort te zetten, zoals vastgesteld in artikel 23 van decreet nr. 1393/08.

Dat, in overeenstemming met de voorgaande overwegingen, de uitersten vereist door de Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994, opgenomen in ons rechtsstelsel via Wet nr. 24.425, zijn geassembleerd om de onderzoek zonder de toepassing van voorlopige antidumpingmaatregelen naar de uitvoer naar de Republiek Argentinië van mengsels die tetrafluorethaan en pentafluorethaan bevatten en mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan bevatten van oorsprong uit de REPUBLIEK CHINEES.

Dat de bevoegde gebieden in het veld hebben deelgenomen.

Dat de Algemene Directie Juridische Zaken van het MINISTERIE VAN PRODUCTIE EN ARBEID de interventie heeft genomen die ermee overeenkomt.

Dat dit besluit is genomen met gebruikmaking van de bevoegdheden die zijn verleend door de wet van ministeries (tekst bevolen bij besluit nr. 438/92) en de wijzigingen ervan, en besluit nr. 1.393 / 08.

Dus,

HET SECRETARIS VAN BUITENLANDSE HANDEL

BESLUIT:

ARTIKEL 1.- Voortzetting van het onderzoek naar vermeende dumping in de uitvoer naar de ARGENTIJNSE REPUBLIEK van mengsels die tetrafluorethaan en pentafluorethaan bevatten en mengsels die difluormethaan en pentafluorethaan bevatten van oorsprong uit de VOLKSREPUBLIEK CHINA, goederen die zijn ingedeeld in de tariefposities van de gemeenschappelijke nomenclatuur van MERCOSUR (NCM) 3824.78.10 en 3824.78.90, zonder de toepassing van voorlopige antidumpingrechten.

ARTIKEL 2.- Voldoen aan de relevante kennisgevingen uit hoofde van de Overeenkomst met betrekking tot de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994, opgenomen in ons rechtsstelsel via Wet nr. 24.425, geregeld bij Besluit nr. 1.393 / 08.

ARTIKEL 3.- Deze resolutie treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Staatsblad.

ARTIKEL 4.- Communiceer, publiceer, geef uzelf aan het NATIONALE ADRES VAN DE OFFICIËLE REGISTRATIE en het dossier. Delia Marisa Bircher